Wat zijn seksuele gedragsproblemen?We spreken van seksuele gedragsproblemen wanneer een kind van 12 jaar of jonger:
· seksueel gedrag laat zien dat niet past bij zijn ontwikkelingsniveau, zoals excessief masturberen;
· agressief seksueel gedrag richting anderen laat zien, waarbij het kind iemand anders dwingt of overhaalt.
Veel vooroordelen ongegrondHet herkennen en begrijpen van deze problemen en ze goed behandelen, is een relatief nieuw gebied. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er nog veel misverstanden rond bestaan. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat veel vooroordelen ongegrond zijn. Hieronder zetten we ze op een rijtje.
Misverstand 1Al het seksuele gedrag tussen kinderen is normaal en hoort bij gewoon spel tussen kinderen.
Wat we weten uit onderzoekSoms is seksueel gedrag tussen kinderen niet normaal. Het is problematisch wanneer:
· het vaak gebeurt;
· het de sociale of cognitieve ontwikkeling belemmert;
· het gebeurt met overhalen, dwang of kracht;
· samengaat met emotionele spanning;
· het gebeurt tussen kinderen die verschillen in leeftijd of ontwikkelingsniveau;
· het nog steeds regelmatig en stiekem gebeurt nadat er al eerder is ingegrepen door volwassenen.
Misverstand 2Seksuele activiteiten tussen kinderen zijn nooit schadelijk.
Wat we weten uit onderzoekSommige seksuele activiteiten - zoals doktertje spelen of naar elkaars geslacht en billen kijken -hoeven niet schadelijk te zijn. Maar problematische seksuele activiteiten kunnen zeer schadelijk zijn voor kinderen.
Misverstand 3Alle kinderen met seksuele gedragsproblemen zijn zelf seksueel misbruikt.
Wat we weten uit onderzoekLang niet alle kinderen met seksuele gedragsproblemen zijn zelf seksueel misbruikt. Hoeveel kinderen wel en hoeveel niet zelf misbruikt zijn, verschilt in de verschillende onderzoeken, variërend van 4% tot 62%. Seksuele gedragsproblemen bij kinderen kunnen te maken hebben met:
· hoe in het gezin wordt omgegaan met seksualiteit;
· het zien van pornomateriaal;
· het getuige of slachtoffer zijn van geweld in het gezin;
· andere, niet-seksuele, gedragsproblemen.
Misverstand 4Kinderen die seksueel zijn misbruikt gaan altijd zelf andere kinderen seksueel misbruiken.
Wat we weten uit onderzoekSeksuele gedragsproblemen komen vaker voor bij misbruikte kinderen dan bij kinderen die niet zijn misbruikt. Maar de meeste kinderen die seksueel zijn misbruikt, ontwikkelen géén seksuele gedragsproblemen.
Misverstand 5Meisjes hebben zelden seksuele gedragsproblemen.
Wat we weten uit onderzoekVan alle kinderen met seksuele gedragsproblemen in de basisschoolleeftijd is 1/3de meisje en van de kinderen die nog niet naar school gaan zelfs 2/3de
Misverstand 6Kinderen met seksuele gedragsproblemen kunnen niet met andere kinderen in één huis wonen.
Wat we weten uit onderzoekMet goede behandeling en goed toezicht door volwassenen kunnen de meeste kinderen met seksuele gedragsproblemen wel met andere kinderen samenwonen. Soms blijft een kind
agressief of seksueel gedrag vertonen ondanks behandeling en goed toezicht. Zij kunnen dan niet in een huis wonen met jongere kinderen.
Misverstand 7Voor een goede behandeling moeten kinderen met seksuele gedragsproblemen uit huis geplaatst worden.
Wat we weten uit onderzoekDe meeste kinderen kunnen succesvol behandeld worden terwijl ze thuis wonen. Alleen als zich na een ambulante behandeling nog steeds seksuele gedragsproblemen zich voordoen, is een behandeling buitenshuis nodig.
Misverstand 8Kinderen met seksuele gedragsproblemen kunnen niet naar een gewone school.
Wat we weten uit onderzoekDe meeste kinderen kunnen gewoon naar school zonder de veiligheid van zichzelf of anderen in gevaar te brengen. Wel moeten leerkrachten op de hoogte zijn. Alleen ernstig agressieve of zich herhalende seksuele gedragsproblemen vragen een strenger beleid van een school.
Misverstand 9Een langdurige behandeling is nodig voor kinderen met seksuele gedragsproblemen.
Wat we weten uit onderzoekKinderen laten na een behandeling van gemiddeld 12 tot 32 weken veel minder seksuele gedragsproblemen laten zien.
Slechts 15% van de kinderen tussen de 6 en 12 jaar heeft een terugval binnen 2 jaar tijd na het afsluiten van de behandeling.
Misverstand 10Kinderen met seksuele gedragsproblemen worden later zedendelinquenten.
Wat we weten uit onderzoekBij de meeste kinderen gaan de seksuele gedragsproblemen niet door in de puberteit of volwassenheid. En de meeste volwassen zedendelinquenten geven aan dat hun eerste seksuele gedragsproblemen niet in de kindertijd zijn geweest.
Bron: National Center on Sexual Behavior of Youth (2003). Met toestemming vertaald uit het Engels. Meer informatie en literatuurlijst:
www.ncsby.org.